Weblog
Roel Adriaansens (Dow): "We lopen nog voorop, maar dat wordt wel moeilijker"
Dow, en overigens de chemische sector, is als heel lang actief met verduurzaming. In Nederland zeker. Met onze prestaties op het gebied van energiebesparing lopen we internationaal voorop. Wat binnen het Dow-concern nu geldt als doelstelling, 25% energiebesparing, hebben we bij Dow Chemical Benelux al tussen 1995 en 2005 gerealiseerd. In die periode is het aantal incidenten ook met meer dan 90% teruggebracht. Niettemin zullen we ons in Terneuzen conformeren aan de verdergaande internationale doelstellingen van ons concern", aldus Roel Adriaansens, Responsible Care Leader van Dow Chemical Benelux, en tevens voorzitter van de afdeling Zeeland van de Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW).
Drie doorbraken
"We handelen met duurzaamheid uit ethisch besef - het altijd beter willen doen - maar ook uit economische motieven. Het wordt wel steeds moeilijker om met een bestaande fabriek door te blijven gaan met bijvoorbeeld energie–efficiency. De nieuwste fabrieken van Dow, die met name in China en in het Midden–Oosten worden gebouwd, voldoen veel makkelijker aan de hoogste standaarden. Het concern hanteert ook de doelstelling om elke periode van 10 jaar drie doorbraken voor grote internationale problemen te realiseren: bijvoorbeeld op het gebied van voedsel, water en energie. De voorsprong die we hier in Terneuzen nog hebben is ook het resultaat van de strenge wet- en regelgeving in de EU en het feit dat Nederland daarin relatief ook voorop loopt. De strenge regels leggen wel groot beslag op ons investeringsbudget, zoals recent 16 miljoen voor verdere Nox emissiereductie. Dat gaat ten koste van geld om in andere ontwikkelingen te investeren", aldus Adriaansens.
Heel Brabant en Zeeland
"We zien bijvoorbeeld dat er een markt ontstaat voort bio-ethyleen, en dat kan Dow maken. Het product kan met restanten van suikerbieten worden geproduceerd. Dow zou dan echter de suikerbiet productie van heel Brabant, Zeeland, en Vlaanderen moeten verwerken, maar de huidige prijsstellingen maken deze conversie naar 'groene ethyleen' nog niet rendabel. Ook gebruik je dan geproduceerd voedsel voor het maken van plastics, terwijl er op de wereld nog een tekort aan voedsel is. De belangstelling van Dow in de biobased economy is in elk geval onmiskenbaar".
Roel Adriaansens is Responsible Care Leader bij Dow Chemical Benelux
Henk van Raan (A'dam ArenA): "Nooit gedacht dat duurzaamheid zo leuk is"
De Amsterdam ArenA heeft, in samenwerking met Sublean, voor haar ambities om een duurzaamheidsicoon te worden met het Rijk vorig jaar een Green Deal afgesloten m.b.t. de 4D oppervlakteontwikkeling. Op haar beurt heeft de ArenA weer met 35 partners, met name huurders en leveranciers, eigen 'Green Deals' afgesloten. De bereidheid van partners om mee te investeren in de verduurzaming van de Amsterdam ArenA heeft mij heel positief verrast. Er zijn zoveel bedrijven die mee willen doen. We zijn nu aan het kijken met de Gemeente Amsterdam hoe we verdere stappen kunnen nemen, en dat ook kunnen vastleggen in een Green Deal.
Het is ook bij de Gemeente begonnen. Een paar jaar geleden zijn we als Amsterdam ArenA gevraagd mee te werken aan de duurzaamheidsambitie van de stad. Want die stad wil de groenste hoofdstad van de wereld worden. Omdat de ArenA een state of the art stadion is, een voorbeeldfunctie vervult in Europa, hoefden we over dat verzoek niet lang na te denken. In een convenant met de stad zijn we vervolgens overeengekomen om duurzaamheid op drie gebieden uit te werken: Op het gebied van energie, mobiliteit, en eten en drinken. Bij de nul meting van onze Co2 footprint viel meteen op dat mobiliteit daarin veruit de grootste factor was. Alle vervoersbewegingen van en naar het stadion hebben de meeste invloed op onze duurzaamheidsprestaties. Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de activiteiten die onze huurders in ons gebouw organiseren. Daarom hebben we, met eigen doelstellingen als vertrekpunt, snel de alliantie gezocht met onze huurders en gebruikers, en die als partners in het duurzaamheidsprogramma opgenomen.
De bedrijven die participeren en investeren in het verduurzamingsprogramma krijgen een return on investment in de vorm van CO2 rechten, media-exposure, kennis of eventueel geld. Het soort return on investment hangt ook af van het soort investering. Zonder de samenwerking zouden overigens niet ver komen. Waar we bijvoorbeeld mee bezig zijn is het afval, om dat opnieuw als grondstof te kunnen gebruiken en dat ook ten goede te laten komen aan het gebied. Voor zover afval wordt verband wordt de energie gebruikt om de hulpdiensten van het AMC op te laten rijden. We ontwikkelen ook een smart grid voor de ontwikkeling van de lokale economie. Lokaal kijken we ook wat we met onze kennis kunnen betekenen voor de Heinenken Music Hall en andere grote gebouwen. Omdat Amsterdam ArenA ook participeert in stadionontwikkeling in het buitenland, met name Brazilië, brengen we onze kennis daar ook naar toe.
Met bezoekers willen we ook kijken wat er mogelijk is. Als je een kaartje koopt, zou je daarmee ook een Green Deal aan kunnen gaan. Daarvoor willen we goede alternatieven ontwikkelen op het gebied van mobiliteit, zoals gratis openbaar vervoer vanuit de stad, en op het gebied van eten en drinken. We hebben nog veel te doen, we gaan dit jaar een hoop doen, en het is ontzettend leuk om hier mee bezig te zijn. Dat had ik niet gedacht toen ik er in 2009 aan begon."
Henk van Raan is directeur facilitair bedrijf van de Amsterdam ArenA
Albert Markusse (Suiker Unie): “Duurzaam is een suikerbiet volledig benutten”
Wat is eigenlijk duurzaam? Als je suikerbietenteler bent, wil je dat je grond elk jaar iets opbrengt. Bietentelers zitten vaak ook in de aardappelteelt, en daar geldt dat lange termijn denken evenzeer. Je wilt goed voor je grond zorgen, want anders raakt deze uitgeput, en dan houdt het ondernemen ook op. Deze manier van doen is bij telers diepgeworteld en vanzelfsprekend.
Gedurende een aantal maanden per jaar worden de bieten gerooid en gaan die 6 miljoen ton in 200.000 vrachtwagens naar Suiker Unie. Daar vindt een proces plaats om van bieten suiker te maken. Suiker is een commodity waarmee je op de wereldmarkt concurreert. Jaarlijks produceren we in Nederland 1 miljoen ton suiker, in twee fabrieken. Dat waren er 25 jaar geleden tien overigens. Vroeger hadden we 125.000 hectare nodig voor 1 miljoen ton suiker, nu nog maar 73.000 hectare. Het proces kost veel energie en dus geld. In 1990 hebben we een convenant met de overheden afgesloten m.b.t. energiereductie en hebben we ons ten doel gesteld 20% te reduceren. Dat is 42% geworden!
Duurzaamheid voor Suiker Unie is de suikerbieten zo goed mogelijk te 'verwaarden': alles benutten wat een suikerbiet kan bieden, dus niet alleen de suiker die er in zit. Ook uit de bijproducten maken wij of onze klanten prachtige nieuwe producten. Bietenpulp is waardevol veevoeder. Uit melasse kan alcohol, antibiotica, gist, etc. worden geproduceerd. Verder zien we in de nabije toekomst grote mogelijkheden om de suikerbieten te benutten als grondstof voor bioplastics en andere biochemische producten. Uit onze restproducten kunnen we ook grote hoeveelheden groen gas produceren. Inmiddels zijn we in Nederland de grootste groen gas producent.
De bietentelers en Suiker Unie doen hierover allemaal heel gewoon, omdat op deze manier duurzaam ondernemen niet meer dan vanzelfsprekend is. Toch zijn ze trots dat ze dit zo kunnen organiseren en het jaar in jaar uit weten te verbeteren. Misschien dat om die reden mensen vaak denken dat de agrarische sector een conservatieve wereld is, maar niets is minder waar. Als je je realiseert dat de groei van de wereldbevolking enorme druk legt op voedsel- en energieproductie en de vraag naar groene grondstoffen alleen maar toeneemt, dan besef je hoe cruciaal onze agrarische sector eigenlijk is. In die sector vinden daarom ook hele spannende en duurzame ontwikkelingen plaats. Vergis je niet in bietentelers!
Albert Markusse is directeur van de Suiker Unie
Ruud Sondag (CEO Van Gansewinkel): “De circulaire economie komt eraan!”
De eindige beschikbaarheid van veel grondstoffen komt in beeld. Dat geldt voor aardolie, maar steeds vaker gaat het ook om andere grondstoffen, zoals koper, lood, nikkel en tin en allerlei bijproducten daarvan zoals germanium, indium, en zilver. Van indium worden bijvoorbeeld zonnecellen gemaakt. En lcd-schermen, platte televisies. Indium is over ruim tien jaar uitgeput, gewoon op!
Daarom is het doel van Van Gansewinkel het sluiten van kringlopen. Voor Philips leveren we plastics voor de Senseo. Geen virgin materiaal, maar grondstoffen die we generen uit oude Philips-producten. Voor Auping zamelen we oude matrassen in, we recyclen ze en leveren de grondstoffen weer terug aan Auping. Een dergelijk systeem hebben we ook met Luxaflex opgezet.
We moeten gebruikte grondstoffen terugwinnen en opnieuw inzetten. En dat moet op grote schaal gebeuren. Dan doemen de contouren op van de ‘circulaire economie’, het naar alle waarschijnlijkheid enige houdbare economische model op de lange termijn. We kunnen niet nog generaties doorgaan met grondstoffen winnen, producten produceren en afval storten of verbranden. Dat model is eindig, en sneller dan u nu mogelijk denkt. Zo’n circulaire economie vraagt een heel andere manier van economische organisatie.
Het begint bij design for recycling. Het zodanig samenstellen van producten dat de onderdelen 100% en zonder kwaliteitsverlies gerecycled kunnen worden: de cradle-to-cradle filosofie. En we dat moeten upcyclen en niet decyclen. Secundiare grondstoffen hebben minimaal dezelfde kwaliteit als de oorspronkelijke primaire grondstof, zonder dat die per sé dezelfde toepassing krijgen.
Een dreigend nadeel van grondstoffenterkort kunnen we ombuigen in een voorsprong. Innovatie is hierbij een sleutelwoord. Denk aan nieuwe scheidings- en opwerkingstechnologieën en de daarbij behorende inzamel-logistiek. Maar ook in de ontwikkeling van substitutiematerialen, gebaseerd op de elementen waarvan nog wel genoeg voorraad is.
Nederland is met haar economie, kennis en geografische ligging goed gepositioneerd om op dit punt kansen te verzilveren en de groeiende wereldwijde grondstoffenschaarste om te zetten in een voordeel. We kunnen als het gaat om de creatie van grondstoffenrotondes een leidinggevende rol in Europa spelen. Met ‘we’ bedoel ik spreek met name het Nederlandse bedrijfsleven. Zij nemen concreet verantwoordelijkheid voor het realiseren van een Groene Economie. Duurzaamheid komt van doeners, en niet van vergadertijgers.
Ruud Sondag is CEO van Van Gansewinkel
Stef Kranendijk (Desso): "Cradle to Cradle is ook een driver voor innovatie"
"It feels great to do good", zegt Stef Kranendijk, CEO van Desso. Hij staat bekend om de grote verduurzamingsslag die hij bij de tapijtonderneming heeft doorgevoerd. "Onze doelstelling is dat we in 2020 volledig Cradle to Cradle zijn. Voor het goede begrip: Cradle to Cradle houdt veel meer in dan recycling, want recycling is te vaak nog 'downcycling': grondstoffen krijgen een laagwaardiger toepassing dan voorheen. Voor Desso ligt de uitdaging in het hoogwaardig hergebruik van zuivere materialen, het optimaal benutten van materiaaleigenschappen op basis van hun eco-effectiviteit. De reden hiervoor is heel eenvoudig: de meeste grondstoffen zijn verwerkt in producten, en het is natuurlijk een ramp als we al die goede grondstoffen uiteindelijk verbranden of op de afvalhoop gooien. We moeten ons wat betreft productiemethoden en producten veel meer laten inspireren door de natuur , want daar gaat alles in cycli. We moeten van een lineaire naar een circulaire economie".
"Zelf ben ik hierover gaan nadenken na een uitzending van VPRO's Tegenlicht, en vervolgens op een bijeenkomst op Michael Braungart afgestapt. Hij is een van de bedenkers van de Cradle to Cradle filosofie en heeft ons laten zien welke stoffen er in onze producten zaten, en welke mogelijkheden er zijn om het veel beter samen te stellen. Uiteindelijk willen we zover komen dat we het materiaal van tapijt en kunstgras eindeloos kunnnen hergebruiken zonder degradatie van de grondstoffen".
"Desso streeft ernaar om in 2020 al haar producten Cradle to Cradle te hebben gecertificeerd en ook volledig op duurzame energie te draaien. Op de fabriek in België ligt al 23.000 m2 aan zonnepanelen, goed voor 10% van de energiebehoefte. De overgrote meerderheid van ons elektriciteitsverbruik is op waterkracht. We zijn van plan in windturbines, biomassavergistingsinstallaties en in WKO te investeren".
"Cradle to Cradle, creativiteit en functionaliteit zijn onze drie belangrijke drivers voor innovatie. Een voorbeeld is de ontwikkeling van een tapijtsoort dat de fijnstofconcentratie in gebouwen aanzienlijk reduceert. Die kwaliteit hebben we nu ontwikkeld, omwille van de vraag naar een beter binnenklimaat in gebouwen. Bij harde vloeren circuleert acht keer zoveel fijnstof, en ook pollen en virussen, ten opzichte van ons nieuw ontwikkelde tapijt; Desso AirMaster. Wat voor de opvang van fijnstof geldt, is ook van toepassing op innovatie om tapijt beter geluiddempend te krijgen. Hiervoor hebben wij Desso SoundMaster ontwikkeld. Waar we op dit moment aan denken is of het mogelijk is met tapijt en kunstgras electriciteit op te wekken".
"Het Cradle to Cradle gedachtegoed geeft een enorme impuls aan vernieuwing. Dat zien we ook terug in de resultaten. In 2007 hebben we dit bedrijf samen met het management en een investeringsmaatschappij gekocht, sindsdien is de winstgevendheid snel gestegen. De Ebit van onze oorspronkelijke tapijt business nam toe van 1% in 2006 naar 9,3% in 2010. Ons Europees marktaandeel in tapijttegels is gestegen van 15 naar 23%, en tegelijkertijd hebben we dankzij onze innovaties de prijzen per m2 kunnen laten stijgen. Dat is het bewijs dat we met verduurzaming concurrentievoordeel hebben gerealiseerd en de investeringen tot substantiële resultaten hebben geleid."
Stef Kranendijk is CEO van DESSO, fabrikant van tapijt, tapijttegels en kunstgras, zie voor meer informatie: Desso
Anne-Marie Rakhorst: “Duurzaam ondernemen draait om kennis
“Volgens mij kan elke ondernemer duurzaamheid tot zijn business maken. Het is evident dat de schaarste van tal van grondstoffen, energie en water alleen maar toeneemt en dat daar oplossingen voor moeten komen. Het bedenken daarvan is bij uitstek iets voor ondernemers. Ondernemers moeten altijd vooruit kijken en ook voor hun eigen business mogelijke problemen, zoals tekorten of stijgende prijzen, zien te voorkomen. Ook die benadering leidt tot businesskansen op het gebied van duurzaamheid", dat stelt Anne-Marie Rakhorst, directeur/eigenaar van Search Ingenieursbureau.
"Het bewijs dat bedrijven die zich richten op duurzaamheid het beter doen, is ook al geleverd. Duurzame bedrijven zijn winstgevender en zelfs in crisistijd worden investeringen in duurzaamheid niet teruggeschroefd. Sterker nog: in sommige gevallen worden ze zelfs geïntensiveerd.
Wat houdt bedrijven dan nog tegen? Waar liggen er nog blokkades? Daar ben ik naar op zoek gegaan. Want voor mij is duurzaamheid iets vanzelfsprekends. Ik hou van de natuur, dat zat in mijn opvoeding en ik kom ook uit een ondernemersgezin. Het was voor mij daarom heel logisch dat ik ook ging ondernemen, en iets met het milieu en duurzaamheid wilde doen. Met Search Ingenieursbureau zetten we ons vooral in voor milieuvraagstukken. Dat is niet alleen onze business, we passen het zelf ook toe. We willen graag de antwoorden bedenken op de vraagstukken die komen.
Financiering geen blokkade
Vaak wordt gezegd dat het financiële draagvlak voor duurzame investeringen ontbreekt. Dat duurzaamheid geen rendement brengt. Ik kan dat niet rijmen met mijn eigen praktijk, maar ook niet met wat ik bij andere bedrijven zie. Financiering is niet de blokkade voor duurzaamheid. Wat het wel is, is kennis. Kennis bij ondernemers, bij medewerkers, klanten, leveranciers, adviseurs en bankiers. Kennis over wat duurzaamheid kan brengen is essentieel om de goede beslissingen te kunnen nemen. Kennisontwikkeling neemt blokkades weg, en daarom is verspreiding ervan, ook met voorbeelden van duurzaam ondernemen, zo belangrijk.
Ik ben vooral blij dat er een jonge generatie aankomt, die dankzij het goede onderwijs, die kennis als vanzelfsprekend al bij zich draagt. Met die jonge generatie verwacht ik dat het ondernemen in snel tempo een duurzaam karakter zal krijgen. Dit zie ik ook terug in de inzendingen voor de Koning Willem I plaquette.
Koning Willem I
Onlangs ben ik gevraagd als jury voorzitter van de Koning Willem I plaquette, het voormalige Ei van Columbus. Deze prijs beloont duurzame innovaties van kleine en grote organisaties in diverse categorieën. Dit is iets wat ik graag doe, want naar mijn overtuiging kan duurzaamheid uitgroeien tot ons belangrijkste exportproduct. En deze prijs laat goed zien hoe ondernemers innovatie en duurzaamheid met elkaar combineren. Ondernemers kunnen zich nog tot 2 januari inschrijven voor deze wedstrijd. Ik roep ondernemend Nederland dan ook vooral op om zich via de website van de Koning Willem I Plaquette aan te melden.”
Anne-Marie Rakhorst is directeur/eigenaar van Search, een advies- en ingenieursbureau, laboratorium en opleidingsinstituut dat zich buigt over de thema’s duurzaam (ver)bouwen, duurzaam ondernemen, asbest, milieu en veiligheid. Daarnaast is zij jurylid van de Koning Willem I prijs en voorzitter van de jury van de Koning Willem I plaquette, de ondernemersprijs voor duurzaamheid (voorheen Het Ei van Columbus). Meer informatie is terug te vinden op de volgende websites: www.annemarierakhorst.nl, www.duurzaamheid.nl en www.searchbv.nl.
Jan Peter Balkenende: "De werkelijkheid verandert"
Corporate responsibility bevindt zich in een bijzondere dynamiek. Bedrijven zullen zich snel moeten aanpassen aan de snelle veranderingen in de samenleving en maatschappelijk verantwoord ondernemen eigen moeten maken. De kans is anders groot dat ze achterstand oplopen en die nooit meer inhalen. De toekomst is aan bedrijven die corporate rensponsibility als vertrekpunt hanteren voor het ondernemen, en dus niet alleen MVO zien als 'iets erbij'.
Ik heb die overtuiging dat bedrijven zo snel en serieus met MVO aan de slag moeten, omdat het te maken heeft met de snel veranderende werkelijkheid. Het einde van de natiestaat die alle problemen binnen landsgrenzen kan oplossen, is voorbij. Het teleurstellende resultaat van de klimaatconferentie in Kopenhagen is daar een duidelijk toonbeeld van. Juist bedrijven zijn aan zet, en nemen het voortouw. Bedrijven ontwikkelen nieuwe allianties, met maatschappelijke organisaties, om doelen te verwezenlijken op het gebied van duurzaamheid, footprint, responsibility, society. Die bedrijven hanteren nieuwe waarden, dat gaat verder dan het kort termijn shareholder value denken dat ons de huidige crisis heeft gebracht. De financiële sector zal met name dit signaal heel goed moeten oppakken, want het zou een onacceptabel zijn als die sector in haar oude gedrag terugvalt.
De nieuwe werkelijkheid is te zien in de structuur van de samenleving, de nieuwe allianties, maar zeker ook in de rol van de overheid: een overheid kan niet zonder partnerships, moet samenwerken omwille van de internationalisering, Feitelijk komt het publieke domein steeds meer in private handen. De Green Deals zijn daar ook een voorbeeld van. Hierbij past een herijking van corporate policies. Shared value, de integratie van economische en maatschappelijke waarde zal dominant worden. Daar past nieuw leiderschap bij, en ik ken al veel ondernemers die dat in de praktijk brengen. Paul Polman van Unilever is zo iemand. En ook Peter Bakker.
VNO-NCW en andere bedrijvenkoepels en branches kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen, methoden en hulpmiddelen om bedrijven op weg te helpen. Het is heel goed dat er zoveel belang wordt gesteld aan de groene groei. Maar het is de taak van bedrijven dat te doen en ik werk daar vanuit mijn functies graag aan mee!
Jan Peter Balkenende is oud-premier en thans partner bij advieskantoor Ernst & Young en tevens bijzonder hoogleraar Governance, Institutions and Internationalisation aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Leen Zevenbergen""Ik ben op zoek naar ondernemers met innerlijke drang"
Het begint me soms tegen te staan dat ik mensen nog moet overtuigen van duurzaamheid. Als ik met mensen daarover spreek, heb ik het vaak meteen in de gaten waar ze staan. Gelukkig snappen veel gesprekspartners meteen waar ik het over heb, maar sommige mensen leunen dan nog achterover, en vragen me: "hoezo duurzaam, wat houdt dat nou in'"? Die mensen begrijpen niet wat ik bedoel en zullen dat misschien wel nooit begrijpen.
Vijfentwintig jaar geleden waren er al ondernemers die heel goed door hadden dat het nu eenmaal vanzelfsprekend was dat hun bedrijf moest bijdragen aan een betere wereld. Een klein aantal ondernemers had het sterke gevoel dat ze niet alleen voor zichzelf moesten ondernemen, maar ook voor hun omgeving. Die innerlijke drang die zij hadden, die is heel belangrijk. Die groep duurzame vernieuwers heeft een club van gelijkgestemden opgericht, en die club heet het Social Venture Netwerk. Toen helemaal nieuw, opgericht door mensen als Ben Cohen van Ben&Jerry’s, Anita Roddick van the Bodyshop, Josh Mailman van Wayne Silby. Uit Nederland was dat Eckart Wintzen van BSO en Origin.
Ik vind dat er sindsdien veel ten goede is gekeerd, maar ik ben nog lang niet tevreden. Er wordt wel veel gepraat, veel gecommuniceerd over verduurzaming, maar de innerlijke drang bij mensen kom ik toch niet altijd tegen. De wereld is natuurlijk veranderd en veel meer mensen maken zijn echt betrokken bij de wereld beter maken. Een paar jaar geleden bedacht ik daarvoor het concept 'Meaningful Entrepreneurship', ondernemen niet alleen voor jezelf en je bedrijf, maar echt om de wereld te verbeteren. Eigenlijk kan ik niet bedenken hoe je anders zou kunnen ondernemen. Als je alleen het zoveelste bedrijf wilt zijn, geld verdienen en verder niets, dan beteken je voor mij helemaal niets. Ik wil met dat soort saaie middelmatige bedrijven eigenlijk niets meer te maken hebben.
Contacten en netwerken van bezielde ondernemers inspireren zoveel meer. Het is geweldig interessant wat deze ondernemers voor elkaar krijgen, geld kunnen verdienen met zaken die ook maatschappelijke waarde opleveren en geld kunnen investeren in maatschappelijke projecten. Een platform voor deze groep ondernemers is het Social Venture Netwerk. Van dit netwerk zijn World Improving Entrepreneurs lid. De ondernemers die het verschil maken. Echte ondernemers, die net als alle andere risico's nemen, en tegelijkertijd heel ambitieus zijn: Naar die ondernemers ben ik op zoek. Ik wil ze binden. Ik wil hun energie voelen, hun innerlijke drang. Dat geeft mij ook energie. En we moeten elkaar daarvoor ontmoeten. Ik weet zeker dat er in Europa duizenden van dit soort ondernemers zijn. Als u dergelijke ondernemers kent, laat het me weten!
Leen Zevenbergen is CEO van Qurius NV en voorzitter van Social Venture Network Europe
De biobased Economy is ideaal
Bernard Wientjes, voorzitter van VNO-NCW, raakt niet uitgepraat over de mogelijkheden voor een biobased economy. Een jaar geleden ondertekende VNO-NCW een intentieverklaring met ruim dertig natuurorganisaties voor het behoud van biodiversiteit in Nederland. "De biobased economy is ideaal voor Nederland. Vanwege de kennis die we hebben bij DSM en de Wageningen Universiteit, maar vooral omdat het niets en niemand in de weg zit. We zijn uiteraard voorstander van wind- en zonne-energie, maar zien ook dat dat een lastig proces zal worden. We zijn zo'n klein land, dat bij windenergie altijd iemand er last van heeft. Hetzelfde bij zonne-energie. Dat moet je ergens doen waar veel zon is en kilometers ruimte."
Niettemin: Fossiele grondstoffen worden steeds schaarser en moeilijker winbaar en ook de klimaatverandering vereist een transitie naar low carbon producten en productietechnologieën. De biobased economy biedt Nederland potentieel grote economische kansen. We hebben alle ingrediënten in huis om een koppositie in te nemen in de toekomstige biobased economy.
Om de biobased economy in Nederland van de grond te krijgen moeten bedrijven, overheid, kennissector en milieuorganisaties hun krachten bundelen. Het Topsectorenbeleid en de Groene Groei Deal laten zien dat deze samenwerking vorm krijgt. Dit moet leiden tot het stimuleren van innovatie en het slechten van barrières die in de weg staan aan ondernemers die met de biobased economy aan de slag willen. We moeten van praten naar doen.
Ondanks dat is het in de praktijk niet overal even eenvoudig om in snel tempo te 'vergroenen'. Wientjes: "Je kunt je natuurlijk altijd blijven afzetten tegen alles wat in jouw ogen niet groen is, maar je kunt ook met de partijen praten over hoe het groener kan. Het oude denken is demonstreren tegen vliegen, het nieuwe denken is aan tafel zitten met KLM en overleggen hoe het bedrijf zo milieuvriendelijk mogelijk kan vliegen, zoals op biobrandstof",aldus de werkgevers voorzitter.
Recent hebben de drie werkgeverskoepels met Stichting Natuur en Milieu een Green Deal gesloten, genaamd 'Groene Groei'. Wientjes: "VNO-NCW heeft samen met MKB Nederland en Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland al vier jaar geleden een algemene deal gesloten over duurzaamheid met het kabinet. Dat was voor ons een doorbraak. De natuur- en milieuorganisaties namen er afstand van. Het was meer een alleingang van het bedrijfsleven. Ik heb dat betreurd. Het gaat om het doel, en onze leden kozen voor duurzaam. De meeste bedrijven zien dat ze alleen kunnen overleven als ze oog hebben voor duurzaamheid."
"De vorige minister van milieu wilde vooral graag zaken doen met de koplopers, maar ik heb altijd benadrukt om met het heel ondernemend Nederland afspraken te maken. Daarom ben ik ook zo blij met de Green Deal, het maatschappelijke middenveld wordt erbij betrokken. En let op: je kunt niet het kabinet of Natuur & Milieu iets toezeggen en het vervolgens niet nakomen."
bron (o.a.): interview Trouw

